Er waren personen, die heel dicht bij de Heere Jezus stonden, maar die toch niets begrepen van datgene wat Hij zei. We zullen zien, wie dat waren en waardoor dat kwam dat ze er niets van begrepen. In het eerste deel zagen we dat we
1. vol kunnen zijn van onze eigen gedachten
2. Onze gedachten boven die van de Heer kunnen stellen
In dit tweede deel lezen we uit
Markus 9:31-34
“want Hij leerde zijn discipelen en zei tot hen: De Zoon des mensen wordt overgeleverd in handen van mensen en zij zullen Hem doden; en na gedood te zijn zal Hij na drie dagen opstaan. Zij verstonden dit woord echter niet en waren bang Hem ernaar te vragen. En zij kwamen in Kapernaum; en toen Hij in huis was, vroeg Hij hun: Wat hebt u onderweg overlegd? Zij zwegen echter, want onderweg hadden zij er onder elkaar woorden over gehad wie de grootste was.
Opnieuw geeft de Heere Jezus Zijn discipelen onderwijs over Zijn lijden en sterven en opstanding. Wat was het doel van dit onderwijs? Nogal duidelijk: Dat ze zich bewust zouden worden, van datgene wat hun Heer te wachten stond, dat ze mee zouden kunnen voelen….
Ze snapten het niet! En hadden dus ook geen medegevoel met de Heere Jezus.
Hoe kwam dat dan? In vers 33 stelt de Heere Jezus zijn discipelen een vraag: Waarover hadden jullie het met elkaar onderweg? Kort nadat Hij hun onderwezen had. Vers 34 geeft het antwoord: Wie van ons is de belangrijkste .
Nou, heel eenvoudig, de Belangrijkste is de Heere Jezus.
Les: Als je zó met jezelf bezig bent, overtuigd bent van je eigen gelijk, dat je de grootste bent, heb je je focus niet gericht op Degene om Wie het echt gaat, mis je Zijn onderwijs, begrijp je niet wat Hij zegt en krijg je strijdvragen, woordenwisselingen. Als ik mij inbeeld, dat ik de belangrijkste ben, kom ik niet tot aanbidding van Hem Die de Allerbelangrijkste en de Allergrootste is.
